Lutje Meul'n
Historie
De Kleine Molen/Lutje Meuln
Komende vanaf Winschoten stond op de driesprong van de wegen naar Wedde en Bellingwolde de zogenaamde Kleine Molen. Door de markante en voor iedereen zichtbare plek dankt de molen vooral zijn bekendheid. Het gebied nabij de kruising wordt in de volksmond nog steeds Lutjemeuln genoemd.
De molen werd gebouwd in 1823 als grondmolen (grondzeiler) op een achtkantige romp. In het kadastrale eigendomsoverzicht uit 1832 wordt Hendrik Roelfs Kuper als eigenaar met het beroep molenaar van de “koorn & pelmolen” vermeld. Mogelijk was hij ook de eerste eigenaar. Daarna is de molen jarenlang in het bezit geweest van de familie Hazelhoff.
De molen was ingericht als rogge- en pelmolen en had een zelfzwichting op 1 roede.
De zwikstellen werd in 1857 met 7,5 meter verhoogd en werd het een stellingmolen. De molen had een vlucht van ongeveer 20 meter. De molen had één roede zelfzwichting. Het was een prima en goed onderhouden molen.
Vermoedelijk is de benaming Kleine Molen ontstaan toen de molen nog niet was verhoogd en deze werd vergeleken met de molen De Hoop in het centrum van het dorp.
In 1925 was het deze molen welke maalde voor het korenmolenressort (gebied) Blijham, Morige, Lutjeloo, Draaierij, Winschoterzijl en Winschoterhoogebrug. Mulder was toen wed. Albert Folkens Hazelhoff. Daarna kwamen Engel en Doedo Hazelhoff. In 1940 was Derk Poel bedrijfsleider. Adverteren werd in die tijd weinig gedaan, maar de Hazelhoff’s adverteerden met het volgende rijmpje:
Voor het malen tot meel en het pellen tot gort,
is het de Kleine Molen die aanbevolen wordt.